Lager salaris stijgt harder dan top

Uit de beloningsmontor 2010/2011 blijkt dat de lagere salarissen harder stijgen dan de topinkomens. Waar de topinkomens gemiddeld stegen met 0,4% konden diegene met een lagere uitvoerende functie rekenen op een salarisverhoging van 2,4%. De beloningsmonitor wordt jaarlijks uitgevoerd door ADP, adviesbureau Berenschot en uitgeverij Springer naar 80 veelvoorkomende functies. Ongeveer 41.000 salarisgegevens zijn onderzocht.

Wie veel salaris wil verdienen, kan beter niet bij een callcenter gaan werken. Van alle onderzochte functies verdient een medewerker callcenter met een salaris van € 20.300,- per jaar het minst. Business unit managers hebben het beter voor elkaar. Met € 94.600,- hebben zij van alle functies het hoogste salaris.

Top vijf laagste salarissen:

1. Medewerker callcenter € 20.300,-
2. Operator ICT € 24.600,-
3. Medewerker PC support € 24.100,-
4. Magazijnmedewerker € 27.300,-
5. Operator A € 28.900,-

Top 5 hoogste salarissen:

1. Business unit manager € 94.600,-
2. Manager inkoop € 87.900,-
3. Facility manager € 87.300,-
4. Marketing manager € 86.200,-
5. Controller € 84.500,-

Non-profit versus profit
Ook in 2010 laat de Beloningsmonitor nog duidelijke verschillen zien tussen profit- en non-profitorganisaties. Gemiddeld ontvangt een werknemer binnen de profitsector een hoger salaris van € 51.500,- op jaarbasis terwijl een werknemer in de non-profitsector gemiddeld € 47.300,- verdient. “Toch is het gat iets kleiner geworden in vergelijking met 2009,” zegt Hans van der Spek, Managing Consultant bij Berenschot. “Toen verdiende personeel binnen een profitorganisatie nog € 4.600,- meer. Deze nivellering is een gevolg van de salarisverhogingen binnen de non-profitsector op basis van langdurige CAO-afspraken.”

Spaarloon wordt toch vrijgegeven

Na aandringen van de Tweede Kamer heeft Minister van Financiën de Jager vrijdag toch besloten om het spaarloon vrij te geven. Vanaf 15 september 2010 is het over de jaren 2006 tot en met 2009 gespaarde bedrag vrij te besteden. Circa 2 miljoen mensen hebben over die jaren ruim 4 miljard euro gespaard aldus het Ministerie van Financiën.

De vrijgave van het spaarloon, voor een totaalbedrag van 4 miljard euro is bedoeld om de kwakkelende economie een extra stimulans te geven. Al te hoge verwachtingen heeft De Jager daar echter niet van: “Door het spaarloon vrij te geven kunnen mensen eerder dan gepland over het opgebouwde saldo beschikken. Het effect daarvan moeten we niet overschatten, maar het is zeker een steuntje in de rug voor het prille herstel van onze economie. Het is een positief signaal.”

Aanvankelijk was De Jager geen voorstander van vrijgeven van het spaarloon. Een grote meerderheid in de Tweede Kamer dacht daar anders over waardoor De Jager nu toch overstag is gegaan.

Spaarloon is een spaarvorm waarmee werknemers maximaal € 613,- per jaar van hun bruto salaris kunnen storten op een geblokkeerde spaarrekening. Na 4 jaar is het gespaarde bedrag weer vrij te besteden. In bepaalde gevallen, zoals bij de aankoop van een eigen woning of de start van een eigen onderneming, mag het geld eerder – belastingvrij – worden opgenomen.

Stijging salaris ambtenaren gemiddeld het grootst

Weekblad Elsevier en Berenschot hebben in hun jaarlijks onderzoek naar salaris geconstateerd dat de salarisstijging bij ambtenaren het grootst was het afgelopen jaar. Zij kregen er gemiddeld bijna 3 procent bij, terwijl werknemers uit het bedrijfsleven gemiddeld bleven steken op 2,12% extra.

257 functies zijn onderzocht. Op de eerste plek staat de voorzitter raad van bestuur middelgrote organisatie met gemiddeld € 406.000,-bruto per jaar. De laatste plek is voor de caissière en vakkenvuller met gemiddeld € 18.200,- bruto per jaar. In de middelmoot staan onder meer een Vertegenwoordiger (gemiddeld € 51.000,-), Politieagent B (gemiddeld € 39.100,-) en Grafisch ontwerper (gemiddeld € 36.000,-).

Opvallend is dat er in 2009, net als in 2008, niemand inleverde volgens de onderzoekers.

Als je je eigen salaris graag wilt vergelijken met dat van anderen, maak dan gebruik van een salariswijzer of loonwijzer. Daarmee kun je vrij eenvoudig vaststellen of jij wellicht een hoger salaris zou moeten verdienen.

Verhoging wettelijk minimumloon met 0,6% per 1 juli 2010

Per 1 juli 2010 wordt het wettelijk minimumloon verhoogd met 0,6%. Die aanpassing is 27 mei 2010 gepubliceerd in de staatscourant door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Ieder half jaar wordt bekeken of het wettelijk minimumloon moet worden aangepast. Uitgangspunt voor die salarisverhoging is de CPB-raming voor de contractloonstijging. Een werkgever mag vanaf 1 juli 2010 geen lager salaris betalen dan het wettelijk minimumloon van € 1416,00 per maand voor werknemers van 23 jaar en ouder. Voor werknemers die jonger zijn dan 23 jaar gelden lagere bedragen.

Ook gelden andere salarisbedragen voor werknemers die parttime werken. De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een landelijk wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt.
Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector is afgesproken voor een volledige dienstbetrekking.

Een overzicht van het salaris per uur vindt u hier:  minimumloon per uur 1 juli 2010.

Salarisstrook onbegrijpelijk voor jongeren

Bijna de helft van de jongeren weet bar weinig van wat er allemaal komt kijken bij werken en het verdienen van een salaris. Jongeren begrijpen vaak niet wat op hun salarisstrookje staat: 44,2% van de jongeren, 53,3% van de 1e jaars MBO’ers zegt hun salarisstrookje niet te begrijpen.  Dit blijkt uit het FNV-onderzoek “Bewustwording onder jongeren”, afgenomen onder ruim 700 jongeren.

Volgens de jongeren schieten vooral de scholen tekort in hun voorlichting: ruim drie op de vier jongeren geeft aan dat ze op school te weinig informatie krijgen over werken. Zij missen vooral praktische informatie over hun salarisstrookje, hun vakantiegeld, de belastingaangifte en solliciteren. En juist die informatie hebben ze nodig als ze voor het eerst gaan werken.

FNV Jong vindt dat het gat tussen opleiding en arbeidsmarkt zo snel mogelijk moet worden gedicht. Scholen moeten inspelen op de informatiehonger van jongeren. Jeroen de Glas, voorzitter FNV Jong: “Het is belachelijk dat jongeren zonder voldoende hulp zelf hun weg moeten zien te vinden op de arbeidsmarkt. Scholen hebben hierin een rol te spelen. Werken is meer dan alleen een beroep leren.”

Lager salaris vrouw verboden onderscheid

De Commissie Gelijke Behandeling heeft een vrouw in het gelijk gesteld die € 450,- per maand minder verdiende dan haar mannelijke collega. Een vrouw werkt als ambulancechauffeur bij een ambulancedienst. Ze heeft een mannelijke collega die tegelijk met haar is begonnen, maar die ongeveer € 450,- bruto per maand meer verdient dan zij.

De vrouw vindt dat zij evenveel zou moeten verdienen als de man, omdat zij hetzelfde werk doen. Vanwege het verschil in arbeidsvoorwaarden, dient de vrouw een klacht in bij de Commissie. De Commissie stelt vast dat de vrouw en de man hetzelfde werk doen, maar dat de man meer verdient dan de vrouw. Dit komt, doordat de werkgever voor het startsalaris van de man heeft gekeken naar het salaris dat hij bij zijn vorige werk verdiende. Dat was hoog. Bij de vrouw heeft de werkgever dat niet gedaan, omdat zij niet precies kon aangeven wat haar laatstverdiende salaris was. Daarom moest de vrouw zelf een salarisindicatie geven. Nu de werkgever niet volgens dezelfde beloningsregels het startsalaris van de man en de vrouw heeft vastgesteld, heeft de werkgever volgens de Commissie verboden onderscheid op grond van geslacht gemaakt.

In de uitspraak van de CGB wordt niet duidelijk waarom de commissie denkt dat het geslacht de reden is voor het lagere salaris. Het lijkt er meer op dat degene met het hoogste salaris zich gewoon beter heeft voorbereid op de salarisonderhandeling. De vrouw had bijvoorbeeld een loonwijzer of salariswijzer in kunnen vullen waardoor ze vrij makkelijk een goede salarisindicatie had kunnen krijgen. Ook had ze op voorhand de CAO er al op na kunnen slaan zodat ze het arbeidsvoorwaardengesprek met meer succes had kunnen voeren.

Salaris wordt niet besproken in gezin

Ouders en volwassen kinderen zijn vaak niet goed op de hoogte van elkaars financiële situatie. Een derde heeft geen idee of het salaris van de ander hoger of lager is dan de eigen arbeidsvoorwaarden. Dit blijkt uit onderzoek van het Nibud, Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting, naar onderhandse en informele betalingen tussen ouders en kinderen.

Betere communicatie hierover draagt volgens het Nibud bij aan een goede afweging over wel of niet te schenken. Ouders steunen hun volwassen kinderen het meest op onregelmatige basis: als het kind geld nodig heeft of er om vraagt. Een kleine groep ondersteunt zijn kinderen structureel.

10 % van ouders schenkt structureel aan kinderen
Hoewel de bekendheid van mogelijkheden om belastingvrij te schenken groot is (84%), is er maar een kleine groep ouders (10%) die structureel gebruik maakt van deze belastingvrije schenkingsmogelijkheden. Dit zijn vooral hoogopgeleide ouders met een hoog salaris. In totaal geeft 26 % van de kinderen aan geld van de ouders te ontvangen, veelal op onregelmatige basis (11%) of via een lening (4%). 12 procent van de ouders van wie het kind een koopwoning heeft, heeft het kind gesteund bij de aankoop van de eigen woning.

Onbekendheid over elkaars financiële situatie
Het is niet vreemd dat niet alle ouders geld aan hun kinderen schenken. Een derde van de ouders geeft aan hier simpelweg het geld niet voor te hebben. Een andere veel gegeven reden van ouders om niet te schenken is dat ze vaak denken dat hun kinderen het niet nodig hebben. Kinderen denken daarentegen dat ze van hun ouders zelf in hun eigen inkomsten moeten voorzien. Dit verschil in perceptie laat zien dat over dit onderwerp weinig gecommuniceerd wordt. De beperkte communicatie blijkt ook uit het feit dat 30% van de ouders geen idee heeft van de hoogte van het salaris van de kinderen.

Bron: nibud

Hoger salaris niet belangrijk voor oudere werknemer

Oudere werknemers vinden het belangrijker dan jongere werknemers om zinvol en interessant werk te doen waarbij ze hun kennis en vaardigheden benutten. Salaris en promotie vinden ze, vergeleken met hun jongere collega’s, minder belangrijk. Econoom Dorien Kooij promoveert 27 april 2010 aan de VU, bij de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde, op dit onderwerp.

Een werknemer die het gevoel heeft nog een lange toekomst voor zich te hebben, is meer gemotiveerd om langer door te werken. Zoals verwacht blijkt dat ‘ontzie’-instrumenten belangrijker worden met leeftijd. Dit geldt echter alleen voor hoger opgeleide en mannelijke werknemers en niet voor lager opgeleide en vrouwelijke werknemers. Een mogelijke verklaring is dat lager opgeleide en vrouwelijke werknemers andere strategieën of hulpmiddelen gebruiken om succesvol oud te worden op het werk.

bron: VU

WGA wordt niet volledig geprivatiseerd

Demissionair minister Donner heeft 13 april 2010 bekend gemaakt dat de WGA (Werkhervatting van Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) voorlopig niet volledig zal worden geprivatiseerd. Een goede zaak! Het blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureaus Ecorys en Astri namelijk weinig positieve effecten te hebben.

Menig werkgever heeft zich in de afgelopen jaren laten verleiden door zijn assurantieadviseur of accountant om uit het publieke bestel te stappen. Vaak was daarbij het enige argument de lagere premie (op de korte termijn). Een ander door de assurantieadviseur aangehaald argument was de voorgenomen volledige privatisering van de WGA, die deze kabinetsperiode plaats zou gaan vinden. Dat is nu dus (voorlopig) van de baan.

Er zijn maar weinig werkgevers die snappen welke risico’s privaat verzekeren van de WGA met zich mee brengen. Ik ben geen voorstander van privaat verzekeren. Dat heeft vooral te maken met zeer negatieve ervaringen (bij mijn klanten) met verzekeraars zo gauw het op uitbetalen aankomt. Ook voorspel ik dat de lage private premies van nu na een paar jaar (ongemerkt) zullen stijgen. Dat is een vrij makkelijke voorspelling want ik zie nu al dat de eerste verzekeraars na een paar jaar een vrij lage premie te hebben gehanteerd de premie nu ineens fors verhogen.

Een verzekeraar zal winst willen maken op de afgesloten polissen. Op zich is dat prima. Daar schuilt bij zeer complexe producten als deze echter wel het gevaar in dat een verzekerde werkgever uit onwetendheid voor de korte termijn winst gaat en op lagere termijn veel en veel te veel betaald.

Voor vooral kleine werkgevers is het volgens mij een zeer goede zaak dat ze gewoon in het publieke bestel mogen blijven. Zij zitten niet te wachten op de extra rompslomp en alle risico’s die een gedwongen private verzekering met zich mee zouden brengen.

Met je salaris in de krant staan

Na 3 jaar stopt NRC Next met de rubriek carriéremeetlat. Een erg informatieve rubriek waarin 2 oud-studiegenoten vertellen waar zij nu werken en wat ze daarmee verdienen. Het viel de journalist vooral op dat vaak met enige schroom werd gesproken over het salaris. Menig geinterviewde haakte af als hij hoorde dat er bij het artikel ook het salaris kwam te staan wat er werd verdiend. Praten over wat je verdient ligt voor menigeen blijkbaar erg gevoelig.

“Bijna iedereen die ik vroeg of hij wilde meewerken, reageerde enthousiast. Maar de helft haakte vervolgens af als ik zei dat we ook het salaris in de krant vermelden. Terughoudend waren vooral zij die goed verdienden in hun baan.”