Minimumloon per januari 2017 0,94% hoger

Ook per 1 januari 2017 wordt het wettelijk minimumloon verhoogd. Het wettelijk minimumloon voor iemand van 23 jaar of ouder bedraagt dan € 1.551,60 bruto per maand.

2 keer per jaar op 1 januari en 1 juli wordt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekeken of het wettelijk minimumloon aanpassing behoeft. De helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging is daarbij het uitgangspunt. Voor het laatst per 1 juli 2016 werd het minimumloon verhoogd (met 0,83%). De verhoging per 1 januari 2017 van het wettelijk minimumloon bedraagt 0,94%.

Het overzicht wettelijk minimumlonen per 1 januari 2017 bevat de bedragen per maand, week en uur voor de verschillende leeftijdsgroepen.

Minimumloon stijgt per 1 januari 2015 0,44%

Per 1 januari 2015 worden de wettelijk minimumlonen met 0,44% verhoogd. Per 1 januari 2015 bedraagt het wettelijk minimumloon voor iemand van 23 jaar of ouder € 1501,80 bruto per maand.

Op 1 juli en 1 januari van ieder jaar wordt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekeken of het wettelijk minimumloon aanpassing behoeft. Het uitgangspunt daarbij is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging. Op 1 juli 2014 werd het minimumloon voor het laatst verhoogd (met 0,65%).

In het overzicht wettelijk minimumlonen per 1 januari 2015 zijn de bedragen per maand, week en uur opgenomen voor de verschillende leeftijdsgroepen.

Netto loon DGA in 2013 veel lager

Vooral de Directeur Groot Aandeelhouder (DGA) merkt in 2013 de effecten van Wet Uniformering Loonbegrip op zijn eigen loonstrook. Hiernaast ziet u een grafiek met daarin de netto loonverschillen in het maandloon voor de Directeur Groot Aandeelhouder. Zij gaan netto fors inleveren. Netto gaan de meeste DGA’s er minimaal 3,5% oplopend tot 5,3% per maand op achteruit vanaf januari 2013.

‘Hoe kan dat?’ zult u zich wellicht afvragen. Bij normale werknemers is de inhouding en belaste bijdrage van de ZVW-premie komen te vervallen als gevolg van de Wet Uniformering Loonbegrip. Daardoor is bij normale werknemers het fiscale loon in 2013 lager als gevolg van het vervallen van de belaste ZVW bijdrage. Daar staat tegenover dat voor iedereen de belastingtarieven in de 1e schijf zijn gestegen. Normale werknemers gaan er daarom netto meestal iets op vooruit.

Dit is niet het geval bij de meeste DGA’s. Zij worden geconfronteerd met een hogere netto ZVW-inhouding dan in 2012 (5,0% wordt 5,65% en de grondslag wordt hoger). Ook gelden voor hen de hogere tarieven in de 1e schijf (die voor iedereen gelden). Daarnaast daalt bij DGA’s het fiscaal loon niet. DGA’s (die ook bestuurder zijn) gaan er daarom in alle gevallen zeer fors op achteruit.

De tabel met bedragen waar bovenstaande grafiek op is gebaseerd vindt u hier: Netto verschillen loon DGA in 2013

Het gebruikelijk loon voor DGA’s met meer dan 5% van de aandelen (gebruikelijk loon regeling) is per 2013 verhoogd van bruto € 42.000,- naar € 43.000,- per jaar

Te gast bij BNR Nieuwsradio

Eerder vandaag was ik te gast bij BNR Nieuwsradio in het programma ‘Zakendoen met’ gepresenteerd door René de Monchy.

Ik sprak met hem onder meer over de mogelijkheden om in 2013 een salarisverhoging te krijgen. Wat zijn de do’s en don’ts voor een werknemer als je meer salaris wilt. En wat moet je als werkgever doen.

Terugluisteren kan via: http://www.bnr.nl/?service=player&type=archief&fragment=20121231132242900

Stijging minimumloon 1 januari 2013 in jaren niet zo hoog

Per 1 januari 2013 worden de wettelijk minimumlonen met 0,91% verhoogd. Dat lijkt een geringe stijging. Toch is het al ruim 3 jaar geleden dat het wettelijk minimumloon meer steeg dan per 1 januari aanstaande. Per 1 januari 2013 bedraagt het wettelijk minimumloon voor iemand van 23 jaar of ouder € 1469,40 bruto per maand.

Op 1 juli en 1 januari van ieder jaar wordt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekeken of het wettelijk minimumloon aanpassing behoeft. Het uitgangspunt daarbij is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging. De afgelopen jaren zorgde dat voor de volgende stijgingen;

01-01-2009 1,81%
01-07-2009 1,26%
01-01-2010 0,64%
01-07-2010 0,60%
01-01-2011 0,59%
01-07-2011 0,76%
01-01-2012 0,79%
01-07-2012 0,66%

In het overzicht wettelijk minimumlonen per 1 januari 2013 zijn de bedragen per maand, week en uur opgenomen voor de verschillende leeftijdsgroepen.

Salarisverhoging CAO lager dan inflatie

De cao-lonen waren in het derde kwartaal van dit jaar 1,3 procent hoger dan in dezelfde periode van 2009. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte dat op 11 oktober bekend. De inflatie kwam in het derde kwartaal van 2010 uit op 1,6 procent. Daarmee is voor het eerst sinds 2005 de cao-loonstijging lager dan de inflatie.

Grootste salarisstijging in de gezondheid- en welzijnszorg
In de bedrijfstak gezondheids- en welzijnszorg stegen de cao-lonen in het derde kwartaal met 2,5 procent het meest. Bij een aantal cao’s in deze bedrijfstak is dit jaar het persoonlijk levensfasebudget ingevoerd, waardoor het salaris per uur stijgt. Daarnaast is in 2010 ook bij veel cao’s de eindejaarsuitkering verhoogd.

Minste loonsverhoging bij energie en horeca
Bij de bedrijfstakken energie- en waterleidingbedrijven en de horeca is de cao-loonsverhoging met 0,3 procent het laagst. In de horeca is bij een belangrijke cao geen loonsverhoging voor 2010 gegeven. Deze salarisverhoging is uitgesteld tot volgend jaar.

Contractuele loonkosten met 1,5 procent gestegen
In het derde kwartaal van 2010 waren de contractuele loonkosten 1,5 procent hoger dan een jaar eerder. Dit is gelijk aan de stijging in het tweede kwartaal. Bij de gesubsidieerde sector (waaronder de zorg) was de groei met 2,5 procent bovengemiddeld. Bij de overheid en de particuliere bedrijven was de toename van de loonkosten respectievelijk 1,8 en 1,2 procent.

Aan het einde van het derde kwartaal is ruim 80 procent van de cao’s voor geheel 2010 afgesloten. Op basis daarvan zou de cao-loonstijging over 2010 uitkomen op 1,3 procent.

Administratief personeel vraagt niet om salarisverhoging

67% van de administratieve professionals verwacht een salarisverhoging in 2011. Dit is beduidend meer dan vorig jaar toen slechts 37% van hen een verhoging verwachtte. 86% is ook van mening dat ze een hoger salaris verdienen, maar toch zal 66% er niet om vragen. De meerderheid van de deelnemers aan het onderzoek, zo´n 59%, is wel tevreden met het huidige salaris. Deze cijfers zijn gebaseerd op de OfficeTeam Salary Guide 2011. Lees meer Administratief personeel vraagt niet om salarisverhoging

Hoger salaris voor mannen

Het verschil in salaris tussen mannen en vrouwen neemt slechts langzaam af. Nog steeds is er een groot verschil in de beloning van mannen en vrouwen zo blijkt uit de nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

De afgelopen jaren is het verschil in salaris tussen mannen en vrouwen kleiner geworden. Het tempo waarin dit gebeurt is echter laag. Bij jongeren is het verschil in salaris tussen mannen en vrouwen ongeveer 10 procent. Voor de 45-plussers kan het oplopen tot 35 procent.

Vrouw krijgt gemiddeld 81 procent van salaris man

Het loonverschil is uit te drukken als het gemiddelde bruto-uurloon van vrouwen als percentage van het gemiddelde uurloon van mannen (de zogeheten Pay Gender Gap). Zo was in 2008 voor vrouwen van 15 tot 65 jaar het gemiddelde bruto-uurloon 81 procent van dat van mannen. Bij 15- tot 35-jarige vrouwen was het 90 procent, tussen 35 en 45 jaar 80 procent, terwijl vrouwen boven de 45 jaar minder dan 70 procent van het bruto-uurloon van mannen kregen.

Het verschil in salaris daalt maar langzaam. In de periode 2006-2008 is het verschil in bruto-uurloon afgenomen met 0,4 procent op jaarbasis.

Salarisverschillen hangen sterk samen met de bedrijfstak. Bij de financiële instellingen bedroegen de gemiddelde uurloonverschillen tussen mannen en vrouwen in 2008 meer dan 30 procent, terwijl deze in het onderwijs maar net boven de 15 procent uitkwamen.

De grote verschillen tussen de financiële instellingen en het onderwijs hebben te maken met hoeveel variatie er bestaat in functies en beloningen. Bij de financiële instellingen lopen deze veel meer uiteen, waarbij mannen oververtegenwoordigd zijn in de beter betaalde banen. In het onderwijs is de variatie veel kleiner.

Op de vraag waarom het verschil zo groot is wordt door het CBS nauwelijks antwoord gegeven. Het blijft verstandig om de vaardigheden rondom onderhandelen over salaris verder te ontwikkelen. http://www.eenhogersalaris.nl

Roel van Winssen lanceert ‘In 7 stappen naar een hoger salaris’

Op 22 september om 20.00u lanceert salarisspecialist Roel van Winssen op www.eenhogersalaris.nl het e-learningprogramma ‘In 7 stappen naar een hoger salaris’, zijn debuut als schrijver en uitgever. “Met een goede voorbereiding op je salarisonderhandelingen kun je als werknemer al gauw enkele honderden euro’s per maand méér verdienen” aldus Van Winssen.

“Dat begint al met het achterhalen van je marktwaarde. Te makkelijk wordt gedacht dat er niks te onderhandelen valt, terwijl er vaak voldoende ruimte is, ook als er een CAO van toepassing is. Als jij niet goed weet wat je ergens kunt of wilt gaan verdienen kun je er zeker van zijn dat je veel lager uit zult komen dan wat mogelijk was geweest.”
Lees meer Roel van Winssen lanceert ‘In 7 stappen naar een hoger salaris’

Lager salaris stijgt harder dan top

Uit de beloningsmontor 2010/2011 blijkt dat de lagere salarissen harder stijgen dan de topinkomens. Waar de topinkomens gemiddeld stegen met 0,4% konden diegene met een lagere uitvoerende functie rekenen op een salarisverhoging van 2,4%. De beloningsmonitor wordt jaarlijks uitgevoerd door ADP, adviesbureau Berenschot en uitgeverij Springer naar 80 veelvoorkomende functies. Ongeveer 41.000 salarisgegevens zijn onderzocht.

Wie veel salaris wil verdienen, kan beter niet bij een callcenter gaan werken. Van alle onderzochte functies verdient een medewerker callcenter met een salaris van € 20.300,- per jaar het minst. Business unit managers hebben het beter voor elkaar. Met € 94.600,- hebben zij van alle functies het hoogste salaris.

Top vijf laagste salarissen:

1. Medewerker callcenter € 20.300,-
2. Operator ICT € 24.600,-
3. Medewerker PC support € 24.100,-
4. Magazijnmedewerker € 27.300,-
5. Operator A € 28.900,-

Top 5 hoogste salarissen:

1. Business unit manager € 94.600,-
2. Manager inkoop € 87.900,-
3. Facility manager € 87.300,-
4. Marketing manager € 86.200,-
5. Controller € 84.500,-

Non-profit versus profit
Ook in 2010 laat de Beloningsmonitor nog duidelijke verschillen zien tussen profit- en non-profitorganisaties. Gemiddeld ontvangt een werknemer binnen de profitsector een hoger salaris van € 51.500,- op jaarbasis terwijl een werknemer in de non-profitsector gemiddeld € 47.300,- verdient. “Toch is het gat iets kleiner geworden in vergelijking met 2009,” zegt Hans van der Spek, Managing Consultant bij Berenschot. “Toen verdiende personeel binnen een profitorganisatie nog € 4.600,- meer. Deze nivellering is een gevolg van de salarisverhogingen binnen de non-profitsector op basis van langdurige CAO-afspraken.”